Transfer pricing stond al jaren hoog op de radar van belastingdiensten. Maar een recente uitspraak van de Hoge Raad laat opnieuw zien hoe belangrijk goede documentatie en onderbouwing inmiddels zijn geworden — zeker voor bedrijven met internationale structuren.

Voor veel ondernemers voelt transfer pricing nog steeds als iets voor multinationals. Grote corporates. Complexe belastingconstructies. Maar in de praktijk zien we dat ook scale-ups en snelgroeiende bedrijven steeds vaker tegen dezelfde regels aanlopen zodra er meerdere entiteiten ontstaan.

En precies daar wordt deze uitspraak relevant.

Waar draaide de uitspraak om?

De zaak draaide om de vraag in hoeverre interne verrekeningen tussen groepsmaatschappijen voldoende onderbouwd waren en hoe belastingdiensten daarmee mogen omgaan bij correcties en naheffingen. De Hoge Raad bevestigde opnieuw dat transacties tussen verbonden ondernemingen zakelijk moeten zijn onderbouwd volgens het arm’s length-principe.

Met andere woorden: als twee entiteiten binnen dezelfde groep onderling kosten, diensten of winsten verdelen, moet dat gebeuren alsof het onafhankelijke partijen zijn.

Dat klinkt logisch. Maar in de praktijk ontbreekt die onderbouwing vaak volledig.

Waarom dit belangrijk is voor ondernemers

Veel bedrijven groeien internationaal zonder direct stil te staan bij transfer pricing. Er komt een buitenlandse BV bij. Een holdingstructuur. Een operationele entiteit in een ander land. Kosten worden “even doorbelast” — zonder overeenkomsten, benchmark of documentatie.

Het probleem: belastingdiensten kijken daar steeds kritischer naar. En zodra zij vinden dat winsten onjuist zijn verdeeld, kunnen correcties volgen die leiden tot dubbele belastingheffing, rente en boetes.

Deze uitspraak bevestigt dat goede intenties niet voldoende zijn. De onderliggende structuur moet verdedigbaar én gedocumenteerd zijn.

Dit zijn de grootste risico’s die we in de praktijk zien

  • Management fees zonder duidelijke onderbouwing
  • Internationale holdings zonder transfer pricing policy
  • Intercompany-leningen zonder marktconforme rente
  • Kostenverdelingen zonder contracten of documentatie
  • Verschillende landen die dezelfde winst willen belasten

Vooral snelgroeiende bedrijven lopen hier risico, omdat de structuur vaak achterloopt op de commerciële groei.

Wat ondernemers hiervan kunnen leren

Transfer pricing is geen administratieve formaliteit meer die je “later wel oplost”. Het hoort onderdeel te zijn van je financiële structuur vanaf het moment dat meerdere entiteiten ontstaan.

Zo voorkom je problemen:

  • Leg intercompany-afspraken schriftelijk vast
  • Werk met marktconforme tarieven en onderbouwingen
  • Stel een transfer pricing policy op vóórdat belastingdiensten ernaar vragen
  • Zorg dat finance, tax en structuur op elkaar aansluiten

De echte boodschap van deze uitspraak

De Hoge Raad maakt opnieuw duidelijk dat internationale structuren niet alleen commercieel logisch moeten zijn — maar ook fiscaal verdedigbaar.

En juist daar gaat het vaak mis: ondernemers bouwen internationale groei eerst commercieel op, terwijl de financiële structuur pas later volgt.

Terug naar overzicht

Pijl die diagonaal naar linksonder wijst.
Relevante partner

Partner die je hierbij helpt

Maak kennis met de specialisten achter deze oplossing; jouw directe aanspreekpunten voor strategisch advies.

Plan een kennismaking
Plan een kennismaking

Abdullah Sezen

Partner - CFO