Transfer pricing stond al jaren hoog op de radar van belastingdiensten. Maar een recente uitspraak van de Hoge Raad laat opnieuw zien hoe belangrijk goede documentatie en onderbouwing inmiddels zijn geworden — zeker voor bedrijven met internationale structuren.
Voor veel ondernemers voelt transfer pricing nog steeds als iets voor multinationals. Grote corporates. Complexe belastingconstructies. Maar in de praktijk zien we dat ook scale-ups en snelgroeiende bedrijven steeds vaker tegen dezelfde regels aanlopen zodra er meerdere entiteiten ontstaan.
En precies daar wordt deze uitspraak relevant.
De zaak draaide om de vraag in hoeverre interne verrekeningen tussen groepsmaatschappijen voldoende onderbouwd waren en hoe belastingdiensten daarmee mogen omgaan bij correcties en naheffingen. De Hoge Raad bevestigde opnieuw dat transacties tussen verbonden ondernemingen zakelijk moeten zijn onderbouwd volgens het arm’s length-principe.
Met andere woorden: als twee entiteiten binnen dezelfde groep onderling kosten, diensten of winsten verdelen, moet dat gebeuren alsof het onafhankelijke partijen zijn.
Dat klinkt logisch. Maar in de praktijk ontbreekt die onderbouwing vaak volledig.
Veel bedrijven groeien internationaal zonder direct stil te staan bij transfer pricing. Er komt een buitenlandse BV bij. Een holdingstructuur. Een operationele entiteit in een ander land. Kosten worden “even doorbelast” — zonder overeenkomsten, benchmark of documentatie.
Het probleem: belastingdiensten kijken daar steeds kritischer naar. En zodra zij vinden dat winsten onjuist zijn verdeeld, kunnen correcties volgen die leiden tot dubbele belastingheffing, rente en boetes.
Deze uitspraak bevestigt dat goede intenties niet voldoende zijn. De onderliggende structuur moet verdedigbaar én gedocumenteerd zijn.
Vooral snelgroeiende bedrijven lopen hier risico, omdat de structuur vaak achterloopt op de commerciële groei.
Transfer pricing is geen administratieve formaliteit meer die je “later wel oplost”. Het hoort onderdeel te zijn van je financiële structuur vanaf het moment dat meerdere entiteiten ontstaan.
Zo voorkom je problemen:
De Hoge Raad maakt opnieuw duidelijk dat internationale structuren niet alleen commercieel logisch moeten zijn — maar ook fiscaal verdedigbaar.
En juist daar gaat het vaak mis: ondernemers bouwen internationale groei eerst commercieel op, terwijl de financiële structuur pas later volgt.
Terug naar overzicht
.png)